Het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) versie 1-7-2025 t/m heden

Terug naar volledig overzicht
Vastgevaren of gezonken schepen; aangifte van ongevallen
1.
Indien een schip of een drijvend voorwerp is vastgevaren of gezonken moet de schipper zo spoedig mogelijk daarvan kennis geven aan de dichtstbijzijnde bevoegde autoriteit. De schipper of, ingeval deze een ander lid der bemanning daartoe opdracht geeft, dit bemanningslid, moet aan boord of in de nabijheid van de plaats van het ongeval blijven, zolang de bevoegde autoriteit hem niet heeft toegestaan zich te verwijderen.
2.
Tenzij dit klaarblijkelijk niet nodig is, moet de schipper, onverminderd de verplichting de bij artikel 3.25 bedoelde lichten en dagtekens te tonen, zo spoedig mogelijk naderende schepen laten waarschuwen op daarvoor geschikte plaatsen en op zodanige afstand van de plaats van het ongeval, dat deze schepen tijdig de nodige maatregelen kunnen nemen.