Het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) versie 1-7-2025 t/m heden
14
Ligplaats nemen
a.
De vaarwegen, bedoeld in artikel 9.03, eerste lid, zijn:
1.
de Oude Maas;
2.
het Spui en de Beningen;
3.
de Noord, met inbegrip van de Rietbaan;
4.
de Boven-Merwede;
5.
de Beneden-Merwede;
6.
de Nieuwe Merwede;
7.
de Dordtsche Kil;
8.
het tot de hoofdbetonning behorende betonde vaarwater van het Hollandsch Diep en het Haringvliet;
9.
de Nieuwe Maas;
10.
het Scheur;
11.
de Nieuwe Waterweg;
12.
de Maasmond;
13.
de Schelde-Rijnverbinding;
14.
het Kanaal door Zuid-Beveland;
15.
het Veerse Meer;
16.
de tot de hoofdbetonning behorende betonde vaarwaters van het Volkerak, de Zuid-Vlije, het Krammer, het Keeten, het Mastgat en het Zijpe;
17.
van de Oosterschelde: het Engelsche Vaarwater, de Witte Tonnen Vlije, het gedeelte van het Brabantsche Vaarwater ten zuiden van de Witte Tonnen Vlije en de Aanloop Wemeldinge;
18.
van het Zoommeer: het Tholense Gat, het Bergsche Diep en de Nieuwe Haven;
19.
het Julianakanaal;
20.
het Kanaal Wessem-Nederweert;
21.
de Noordervaart;
22.
het Kanaal Zutphen-Enschede met het Zijkanaal naar Almelo;
23.
het Zwolle-IJsselkanaal;
24.
het Meppelerdiep;
25.
het Amsterdam-Rijnkanaal;
26.
het Lekkanaal;
27.
het Merwedekanaal (benoorden de Lek);
28.
de Binnen- en Buitenhaven te Stellendam;
29.
het betonde vaarwater in het IJsselmeer, Markermeer en de Gouwzee;
30.
het betonde vaarwater in de Randmeren;
31.
het Buiten-IJ;
32.
het Afgesloten-IJ;
33.
de Binnen- en Buitentoeleidingskanalen en de Binnen- en Buitenspuikanalen naar de Noordzeesluizen te IJmuiden;
34.
de Zijkanalen B, C, D, E, G en H; Zijkanaal G slechts over een lengte van 1.000 m gemeten uit de as van het Noordzeekanaal;
35.
de vaarweg ten westen van de Noordzeesluizen te IJmuiden, met inbegrip van de daaraan gelegen havens;
36.
de Veerhaven te Terneuzen;
37.
het Maas-Waalkanaal;
38.
het Kanaal van Sint Andries;
39.
het Lateraalkanaal Linne-Buggenum;
40.
het Verbindingskanaal in het Bossche Veld;
41.
de Zuid-Willemsvaart, met inbegrip van de Gekanaliseerde Dieze en het kanaal Engelen-Henriëttewaard;
42.
het Máximakanaal;
43.
de Maas;
44.
de Bergsche Maas;
45.
het Wilhelminakanaal;
46.
het Markkanaal;
47.
de Gekanaliseerde Dieze;
48.
de Donge van km 0,00 tot km 0,93;
49.
het Krabbersgat;
50.
het Oostvaardersdiep;
51.
het Noordzeekanaal;
52.
de Geldersche IJssel, met inbegrip van de daarbij behorende oude rivierarmen en aangetakte zijwateren, voorzover in beheer bij het Rijk;
53.
het Keteldiep;
54.
het Zwarte Water;
55.
het Prinses Margrietkanaal;
56.
het Van Starkenborghkanaal;
57.
het Eemskanaal;
58.
de Hollandsche IJssel;
59.
het Wantij van Riedijkshaven (kmr 0.00) tot Ottersluis (kmr 7.065);
60.
de Amer.
b.
De vaarwegen, bedoeld in artikel 9.03, vijfde lid, zijn:
1.
het Oostvaardersdiep;
2.
het Veerse Meer;
3.
Het Spui en de Beningen;
4.
Het Wantij van Prins Hendrikbrug (kmr 0.850) tot Ottersluis (kmr 7.065).