Het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) versie 1-7-2025 t/m heden
12.04
Toepasselijkheid van de voorschriften inzake het gebruik van radar
Een zeegaand schip mag, indien de radarinstallatie goed functioneert, gebruik maken van radar:
a.
zonder te zijn uitgerust met een radarinstallatie en een bochtaanwijzer, als bedoeld in artikel 4.06, eerste lid, onder a; en
b.
zonder dat zich aan boord een persoon bevindt die houder is van een radarpatent, als bedoeld in artikel 4.06, eerste lid, onder b.