Het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) versie 1-7-2025 t/m heden

Terug naar volledig overzicht
Meren
1.
Een schip, een drijvend voorwerp en een drijvende inrichting mogen niet meren:
a.
op een gedeelte van de vaarweg, waar bij algemene regeling dan wel krachtens een bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken meren is verboden;
b.
in een vak van of op een plaats in de vaarweg, aangeduid door het teken A.7 (bijlage 7), aan de zijde van de vaarweg, waar het teken is aangebracht.
2.
Op een gedeelte van de vaarweg, waar meren is verboden, mag een schip, een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting evenwel meren in een vak of op een plaats, aangeduid door het teken E.7 (bijlage 7), aan de zijde van de vaarweg, waar het teken is aangebracht.
3.
Een schip, een drijvend voorwerp en een drijvende inrichting mogen bij meren of verhalen niet gebruik maken van andere voorwerpen dan die welke daartoe zijn bestemd.